Ik zie onvermoede verten

Wekelijkse inspiratie – 16 april 2023

Geliefd mens, 

Voel jij je vandaag ook geliefd? Dat je niet alleen weet, maar echt voelt dat jij een uiting van het wonder bent. Met taal kun je iets veranderen. Maar hoe geef je taal aan het onbenoembare? Het universum is een wonderbaarlijke eenheid en nog oneindig veel groter dan voorstelbaar door ons.
En daar ben jij een geliefd deel van… Het is een genade als je dit gelooft.

Foto van een talent
In onderstaand gedicht schetst Rutger Kopland het pogen van Leonardo da Vinci van dat wat hij voelt bij zoveel ontzag voor het paard. Het is beeldende taal voor een onbenoembare ervaring.

Al die schetsen die hij naliet –

eindeloze reeksen herhalingen: spierbundels, pezen,
knoken, gewrichten, die hele machinerie
van drijfriemen en hefbomen waarmee
een paard beweegt,

en uit duizenden haarfijne lijntjes haast onzichtbaar
zacht in het papier verdwijnende huid
van oorschelpen, oogleden, neusvleugels,
huid van de ziel –

hij moet hebben willen weten hoe een paard
wordt gemaakt, en hebben gezien
dat dat niet kon,

hoe het geheim van een paard zich uitbreidde
onder zijn potlood.

Maakte de prachtigste afbeeldingen, bekeek ze,
verwierp ze.1

Dankzij de sfeer in Koplands woorden, zie ik het voor me: Da Vinci in een rommelig Italiaans atelier, zonlicht door de stoffige ramen, gebogen over zijn papier, proppen op de grond, minutieus aan het werk. Kopland maakt met het gedicht als het ware een foto van het talent van Da Vinci die de schoonheid van het paard ziet en wil vatten. Waarbij Kopland met dit gedicht tevens een eigen waardevolle toevoeging creëert. En ik kan, als ik het lees en voor me zie, ook in dat gebied komen. Wat een talenten! Hoeveel zijn het er eigenlijk? Of op een andere manier gezegd: door hoe je kijkt en door datgene wat je daarmee doet, ben je van invloed in het klein én in het groot. Altijd, en hoe oud of jong je ook bent.

Iets waardevols in handen
Als apostolischen geloven we dat scheppingskracht niet alleen iets onbevattelijks is, maar dat deze kan worden omgezet in gedrag. Naast een lijstje met dingen van waar je dankbaar voor bent, zou je eens de tijd kunnen nemen om na te denken welke talenten je hebt en welke de ander in jou ziet. En als je dat lijstje laat liggen, dan wordt het vast langer in de loop van de tijd. Een talent is een aangeboren vermogen om iets goed te kunnen. Als er in de Bijbel over een talent wordt gesproken, dan is 1 talent 24 kilo zilver. En daar zit een belangrijke overeenkomst tussen toen en nu: met je talenten heb je iets zeer waardevols in handen om wat mee te doen. Toen Nelson Mandela president werd, verbond hij geloven aan doen:

We vragen onszelf af: ‘Wie ben ik om mezelf briljant, schitterend, begaafd of geweldig te achten?’
Maar waarom zou je dat niet zijn? Je bent een kind van God!
Je dient de wereld niet door jezelf klein te houden.
Er wordt geen licht verspreid, als de mensen om je heen hun zekerheid ontlenen aan jouw kleinheid.
We zijn bestemd om te stralen, zoals kinderen dat doen.
We zijn geboren om de glorie Gods die in ons is, te openbaren.
Die glorie is niet slechts in enkelen, maar in ieder mens aanwezig.
En als we ons licht laten schijnen, schept dat voor de ander de mogelijkheid hetzelfde te doen.
Als we van onze diepste angst bevrijd zijn, zal alleen al onze nabijheid anderen bevrijden.2

Een nieuwe toekomst vormgeven
Er is ons veel geschonken en we kunnen daar meer van delen. Jij kunt ervoor kiezen om je talenten in te zetten. Om plekken te bieden waar je ervaart wat ‘geliefd zijn’ is. De kracht van zachtheid laten doorwerken. Op je eigen vierkante meter en in de gemeenschappen waarvan je deel uitmaakt. Zoeken naar nieuwe mogelijkheden en kansen. Mensen hebben het ons altijd al voorgedaan. Het is nu opnieuw aan ons, aan jou om dat voort te zetten. Ik bid erom dat we zo samen, vol vertrouwen en met opgestroopte mouwen, een nieuwe toekomst vorm gaan geven.

 


 

Bert Wiegman

Nanda Ziere

Eerstverantwoordelijk voorganger Apostolisch Genootschap

 

 

 

1 I Cavalli di Leonardo, Rutger Kopland
2 Citaat uit een gedicht (1989) van Marianne Williamson